Coördinator Edwin van Adrichem
Van innovatie naar impact in de wijkverpleging
Binnen de lerende kennisinfrastructuur van de Academische Werkplaats Wijkverpleging-Noord (Friesland, Drenthe, Groningen) werken veel mensen samen. Hun doel: bijdragen aan toekomstbestendige wijkverpleging. Wie zijn zij en wat doen zij? We lichten een aantal betrokkenen uit. Deze keer: Edwin van Adrichem.
Wat is jouw rol binnen AWW-Noord?
´Ik ben een van de programmacoördinatoren van de Academische Werkplaats Wijkverpleging - Regio Noord en de coördinator van de Learning Community Technologische en Sociale Innovatie. Innovatie is een onderwerp waar ik op “aan” ga. Ik ben nieuwsgierig van aard en vind het leuk om nieuwe ontwikkelingen op de voet te volgen. Als onderzoeker krijg ik veel energie van projecten die gaan over de adoptie en implementatie van kennis en innovatie.´
Klopt het dat je naast je betrokkenheid bij de AWW-Regio Noord ook als lector aan de slag bent gegaan?
'Ja, sinds 1 mei jongstleden ben ik ook gestart ik als lector Wonen, Welzijn & Zorg op hoge leeftijd bij NHL Stenden. Mijn drijfveer is bijdragen aan waardig ouder worden in Noord‑Nederland door onderzoek, onderwijs en praktijk vanaf het begin met elkaar te verbinden. Niet alleen zorg, maar juist ook wonen, welzijn en eigen regie spelen daarbij een cruciale rol. Die manier van werken sluit sterk aan bij de AWW‑ Regio Noord. Ook binnen de wijkverpleegkunde gaat het om vraagstukken die complexer worden, terwijl de druk op professionals toeneemt. Door samen met wijkverpleegkundigen, cliënten, naasten, studenten en onderzoekers oplossingen te ontwikkelen én direct te werken aan toepassing in de praktijk, kunnen innovatie en kennis daadwerkelijk landen. Ik geloof dat deze manier van samenwerken niet alleen bijdraagt aan toekomstbestendige wijkverpleging en de zichtbaarheid en ontwikkeling van wijkverpleegkundigen, maar uiteindelijk ook aan een betere kwaliteit van leven van ouderen in hun eigen leefomgeving.'
Wat hoop je dat AWW-Noord gaat bereiken?
‘Ik hoop dat we concreet kunnen bijdragen aan het aantrekkelijker maken van het beroep van wijkverpleegkundige en de kwaliteit van zorg in de wijk in Noord-Nederland. Verder hoop ik dat de kennisinfrastructuur van AWW-Noord in de regio een vanzelfsprekendheid wordt. En dat we daarmee onderwijs, praktijk en onderzoek faciliteren om samen de uitdagingen binnen de wijkverpleging op te pakken.’